De samenleving voelt zich veilig
bij hoogwater en droogte

Voorkomen van overstromingen

Heel Centraal Holland veiliger

Gevolgenbeperking door aangepast
leven tegen overstromingen

Verstandig handelen bij een calamiteit

Beleid Uitvoering Homepage
waterveiligheid-hotmap.jpg
Sluiten

Bescherming tegen overstroming al 1000 jaar van belang

Ongeveer 1000 jaar geleden gingen de bewoners van ons gebied samenwerken om zich te beschermen tegen overstromingen. Tot die tijd was waterveiligheid een individuele zorg en woonden de mensen op hoge plekken in het landschap en op zelf opgeworpen terpen. Waterschappen zijn ontstaan vanuit het besef dat door een gezamenlijke inspanning het land beter bewoonbaar en bruikbaar gemaakt kan worden. Het belang van bescherming tegen overstromingen bij hoge waterstanden in de rivier is in de 21e eeuw nog altijd zeer actueel. Het aantal inwoners in Nederland is in 1000 jaar enorm toegenomen, het geïnvesteerd vermogen in de economie nog meer. De kans op overstromingen is steeds kleiner geworden, maar de gevolgen worden steeds groter. De bevolking is zich echter nauwelijks bewust van de risico's bij een overstroming.

Waterveiligheid uitgelegd

Het waterschap spreekt van waterveiligheid als achterliggende gebieden worden beschermd tegen overstroming vanuit de grote rivieren en het boezemstelsel. De primaire (A) waterkering (Nederrijndijk en Lekdijk) voorkomt overstroming door rivierwater. De regionale keringen zijn er om het hogere peil van de boezemwateren, zoals de Grecht en de Oude Rijn, te kunnen handhaven. Mocht er een breuk optreden in een primaire of regionale waterkering dan veroorzaakt dat schade, en mogelijk ook slachtoffers. Waarbij het effectgebied bij de primaire waterwaterkeringen vele malen groter is dan bij de regionale waterkeringen. Deze laatsten dragen niet alleen bij aan waterveiligheid, maar ook aan het tegengaan van wateroverlast.

Deltaprogramma

In het Deltaprogramma en het Nationaal Waterplan staan de doelen, strategie en kaders voor de toekomstige maatregelen voor waterveiligheid. Het waterschap werkt gebiedsoverstijgend aan preventie: het voorkómen van overstromingen vanuit de grote rivieren. Er ligt een aanzienlijke opgave om te voldoen aan de nieuwe beschermingsniveaus voor ‘Centraal Holland’, om de dijken langs de Nederrijn en Lek te verbeteren. Ook achter deze primaire waterkeringen werkt het waterschap aan waterveiligheid. In samenspraak met de provincies wordt bijvoorbeeld naar de beschermingsniveaus van de regionale waterkeringen gekeken.

Werken aan de gevolgen

Samen met Gemeenten en andere ruimtelijke ordeningspartners werkt het waterschap aan het beperken van de gevolgen van een eventuele overstroming. Ook heeft het waterschap een calamiteitenorganisatie om snel en effectief te handelen bij een calamiteit.

Sluiten

Regionale waterkeringen beschermen goed

Het waterschap onderhoudt regionale waterkeringen om het agrarische en stedelijke gebied in de veenweiden te beschermen tegen overstromingen vanuit de boezemwateren. De regionale waterkeringen hebben voortdurende aandacht nodig, vanwege bodemdaling en extremere weeromstandigheden. De bodem in het veenweidegebied daalt, waardoor het hoogteverschil tussen boezem en achterland toeneemt. Ook de kering zelf zakt continu langzaam door de slechte draagkracht van de ondergrond.

Slimmer stelsel regionale keringen

Op termijn is het huidige uitgebreide stelsel van waterkeringen moeilijk in stand te houden tegen aanvaardbare kosten. Met gebiedspartners onderzoeken we daarnaast of het waterpeil in de boezemwateren verlaagd kan worden zodat de regionale waterkering overbodig wordt. Het gebied dat kan overstromen wordt hierdoor kleiner en de kosten voor onderhoud verminderen.Ook wordt bekeken of de werkzaamheden gedurende een langere periode uitgevoerd kunnen worden, zodat de kosten per jaar dalen.

Samen met de provincie bekijkt het waterschap of de beschermingsnorm voor de regionale waterkeringen omlaag kan.

Sluiten

Dijken beschermen

Het tegengaan van overstromingen vraagt om robuuste waterkeringen. De huidige waterkeringen zijn goed gebouwd, goed onderhouden en kunnen tegen een stootje. Maar ook een robuuste dijk is gevoelig voor schade door muskusratten, voor verweking en wellen bij hoog water en voor uitdroging bij langdurige droogte. Het waterschap richt de keringen daarom in op basis van de nieuwste inzichten en werkt actief mee aan innovaties zoals dijkmonitoring.

Kwetsbaarheid waterkeringen beperken 

Het waterschap beperkt de kwetsbaarheid van de waterkeringen ook door invloeden van buiten de kering aan te pakken. Zo besproeit het waterschap bij langdurige droogte de keringen om uitdroging te voorkomen. Ook houdt het waterschap initiatieven in en om de waterkeringen in de gaten en zet in op regelmatige inspecties en op het beheersen van de schade door muskusratten. (zie foto)

Sluiten

Randstad beschermen
De dijken langs de Nederrijn en de Lek (zie foto) beschermen een groot deel van de Randstad. Deze dijk verlaagt het risico op overstromingen voor grofweg het gebied ten westen van de Utrechtse Heuvelrug, tussen de Noordzee, de Lek en het Noordzeekanaal. In de laatste “APK-beurt”, de derde landelijke toetsronde, zijn deze dijken op enkele onderdelen na goedgekeurd.

De primaire dijken, die verder van de Nederrijn en Lek af liggen, de zogenaamde ‘C-waterkeringen’, zijn echter afgekeurd. De gevolgen bij een eventuele overstroming zijn hier onacceptabel groot. Daarom werkt De Stichtse Rijnlanden samen aan het project ‘Dijkversterking Centraal Holland’, waarbij juist de 'A-waterkeringen' langs de Nederrijn en Lek worden aangepakt.

Sluiten

Nieuwe en hogere veiligheidsnormen
De Randstad is erg belangrijk voor Nederland. Er wonen en werken veel mensen en er lopen belangrijke snelwegen en spoorwegen doorheen. De huidige veiligheidsnormen stammen uit de jaren ’60. Het Rijk heeft daarom nieuwe normen bepaald, die rekening houden met de nieuwste veiligheidsinzichten. ‘Centraal Holland’ krijgt hogere veiligheidsnormen, die passen bij de economische activiteit en het aantal inwoners van het gebied.

Sluiten

Verkenning levert voorkeursalternatief op
De Stichtse Rijnlanden gaat snel aan de slag met het verminderen van de risico’s. Het waterschap werkt daarvoor een verkenning uit, die onderdeel is van het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Met de verkenning brengt het waterschap nauwkeuriger in beeld hoe groot de veiligheidsopgave is en waar maatregelen nodig zijn. Het waterschap gaat daarbij uit van de nieuwe normen. Ook werkt het waterschap mogelijke oplossingen uit en bekijkt wat daarvan de gevolgen zijn voor de omgeving. Dit doet het waterschap met een Milieu Effect Rapportage.

Sluiten

Ruimtelijke adaptatie

Het waterschap wil, samen met provincies en gemeenten, dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in 2020 de normaalste zaak van de wereld is. Hiervoor moet er iets veranderen in het denken en doen van alle partijen die met ruimtelijke ontwikkelingen te maken hebben. Het waterschap is hier voorzichtig mee begonnen en heeft samen met de provincie, de veiligheidsregio en een aantal gemeenten de intentie uitgesproken om werk te maken van ruimtelijke adaptatie.

Weten, willen, werken

http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl

1. ‘weten’: analyse van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van gebied en functies;
2. ‘willen’: vertalen van de bedreigingen en kansen uit de analyse in een gedragen ambitie en strategie voor waterrobuust en klimaatbestendig handelen;
3. ‘werken’: omzetten naar actie in het eigen beleid, ruimtelijke plannen, verordeningen, business cases, uitvoering, beheer en ‘groot’ onderhoud.

Sluiten

Aangepast bouwen kan gevolgen overstroming beperken

Het waterschap geeft inzicht in de risico’s op overstromingen en wateroverlast, en denkt mee over de inrichting van het gebied. Zorgvuldig nadenken over locatiekeuze en inrichtingsvraagstukken kan slachtoffers en schade bij eventuele overstromingen beperken. Overstromingsrisico's gaan daarom een sterkere rol spelen bij afwegingen in de ruimtelijke planning. Deze afwegingen worden gemaakt door provincie en gemeente, eventueel op initiatief van derden.

Ook voor wateroverlast

Naast het risico op overstromingen vanuit rivieren moet er ook rekening gehouden worden met wateroverlast veroorzaakt door hevige neerslag. Samen met gemeenten brengt het waterschap in een klimaat-stresstest de komende jaren al deze risico’s in beeld. De stresstest geeft ook zicht op concrete handelingsperspectieven. Het waterschap kan hiermee advies geven op de wijze waarop aangepast wordt gebouwd.

Sluiten

Zelf het goede voorbeeld geven

De Stichtse Rijnlanden begint bij zichzelf. Het waterschap zal bij al haar toekomstige investeringen een klimaatstresstest doen om de risico’s op overstroming en wateroverlast in beeld te krijgen. De uitkomsten leiden na deze afweging tot waterrobuuste en klimaatbestendige objecten.

Bron: klimaatvoorruimte.nl : Adaptief Bouwen in Buitendijks Gebied, Deltares, 1200738-001-GEO-0001, 8 oktober 2009, definitief

Sluiten

Dreiging van een calamiteit

Het waterschap werkt aan sterke, veilige dijken om inwoners en investeringen te beschermen tegen wassend water. Maar de kans op dreiging of een daadwerkelijke calamiteit, verdwijnt nooit helemaal. Dat geldt niet alleen voor dreiging door overstroming van de rivieren. Een vaker voorkomende dreiging komt door wateroverlast, problemen met waterkwaliteit (bijvoorbeeld door een ongeval), of droogte.

Calamiteitenorganisatie paraat

Voorbereiding op zo een gebeurtenis is essentieel. Er moet zoveel mogelijk worden voorkomen, dat er slachtoffers vallen en schade optreedt. Daarom beschikt De Stichtse Rijnlanden over een calamiteitenorganisatie inclusief een dijkleger (zie foto), die bij een (dreigende) calamiteit of ramp snel en effectief kan optreden.

Nut en noodzaak van samenwerking zijn bij crisisbeheersing zeer groot, aangezien het water niet bij de grens van het waterschap, de provincie of de veiligheidsregio stopt. In crisisbeheersing trekt het waterschap daarom op met collega-waterschappen en met onze andere partners, zoals de veiligheidsregio.  

Sluiten

Bescherming tegen overstroming al 1000 jaar van belang

Ongeveer 1000 jaar geleden gingen de bewoners van ons gebied samenwerken om zich te beschermen tegen overstromingen. Tot die tijd was waterveiligheid een individuele zorg en woonden de mensen op hoge plekken in het landschap en op zelf opgeworpen terpen. Waterschappen zijn ontstaan vanuit het besef dat door een gezamenlijke inspanning het land beter bewoonbaar en bruikbaar gemaakt kan worden. Het belang van bescherming tegen overstromingen bij hoge waterstanden in de rivier is in de 21e eeuw nog altijd zeer actueel. Het aantal inwoners in Nederland is in 1000 jaar enorm toegenomen, het geïnvesteerd vermogen in de economie nog meer. De kans op overstromingen is steeds kleiner geworden, maar de gevolgen worden steeds groter. De bevolking is zich echter nauwelijks bewust van de risico's bij een overstroming.

Waterveiligheid uitgelegd

Het waterschap spreekt van waterveiligheid als achterliggende gebieden worden beschermd tegen overstroming vanuit de grote rivieren en het boezemstelsel. De primaire (A) waterkering (Nederrijndijk en Lekdijk) voorkomt overstroming door rivierwater. De regionale keringen zijn er om het hogere peil van de boezemwateren, zoals de Grecht en de Oude Rijn, te kunnen handhaven. Mocht er een breuk optreden in een primaire of regionale waterkering dan veroorzaakt dat schade, en mogelijk ook slachtoffers. Waarbij het effectgebied bij de primaire waterwaterkeringen vele malen groter is dan bij de regionale waterkeringen. Deze laatsten dragen niet alleen bij aan waterveiligheid, maar ook aan het tegengaan van wateroverlast.

Deltaprogramma

In het Deltaprogramma en het Nationaal Waterplan staan de doelen, strategie en kaders voor de toekomstige maatregelen voor waterveiligheid. Het waterschap werkt gebiedsoverstijgend aan preventie: het voorkómen van overstromingen vanuit de grote rivieren. Er ligt een aanzienlijke opgave om te voldoen aan de nieuwe beschermingsniveaus voor ‘Centraal Holland’, om de dijken langs de Nederrijn en Lek te verbeteren. Ook achter deze primaire waterkeringen werkt het waterschap aan waterveiligheid. In samenspraak met de provincies wordt bijvoorbeeld naar de beschermingsniveaus van de regionale waterkeringen gekeken.

Werken aan de gevolgen

Samen met Gemeenten en andere ruimtelijke ordeningspartners werkt het waterschap aan het beperken van de gevolgen van een eventuele overstroming. Ook heeft het waterschap een calamiteitenorganisatie om snel en effectief te handelen bij een calamiteit.

Wonen en werken beschermd achter de Lekdijk

Het waterveiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op het concept van meerlaagsveiligheid, waarbij preventie voorop staat. Voor de bescherming van ons gebied richt het waterschap zich in de eerste plaats op dijken (waterkeringen). Het waterschap gaat daarvoor binnen Centraal Holland werken aan een versterkte dijk langs de rivier Nederrijn / Lek.

Groot gebied profiteert

Deze dijk verlaagt het risico op overstromingen voor een groot deel van de Randstad, grofweg het gebied ten westen van de Utrechtse Heuvelrug tussen de Noordzee, de Nederrijn / Lek en het Noordzeekanaal.

Regionale waterkeringen beschermen goed

Het waterschap onderhoudt regionale waterkeringen om het agrarische en stedelijke gebied in de veenweiden te beschermen tegen overstromingen vanuit de boezemwateren. De regionale waterkeringen hebben voortdurende aandacht nodig, vanwege bodemdaling en extremere weeromstandigheden zoals droogte. De bodem in het veenweidegebied daalt, waardoor het hoogteverschil tussen boezem en achterland toeneemt. Ook de kering zelf zakt continu langzaam door de slechte draagkracht van de ondergrond.

Slimmer stelsel regionale keringen

Op termijn is het huidige uitgebreide stelsel van waterkeringen moeilijk in stand te houden tegen aanvaardbare kosten. Met gebiedspartners onderzoeken we daarnaast of het waterpeil in de boezemwateren verlaagd kan worden zodat de regionale waterkering overbodig wordt. Het gebied dat kan overstromen wordt hierdoor kleiner en de kosten voor onderhoud verminderen.Ook wordt bekeken of de werkzaamheden gedurende een langere periode uitgevoerd kunnen worden, zodat de kosten per jaar dalen.

Samen met de provincie bekijkt het waterschap of de beschermingsnorm voor de regionale waterkeringen omlaag kan.

Dijken beschermen

Het tegengaan van overstromingen vraagt om robuuste waterkeringen. De huidige waterkeringen zijn goed gebouwd, goed onderhouden en kunnen tegen een stootje. Maar ook een robuuste dijk is gevoelig voor schade door muskusratten, voor verweking en wellen bij hoog water en voor uitdroging bij langdurige droogte. Het waterschap richt de keringen daarom in op basis van de nieuwste inzichten en werkt actief mee aan innovaties zoals dijkmonitoring.

Kwetsbaarheid waterkeringen beperken

Het waterschap beperkt de kwetsbaarheid van de waterkeringen ook door invloeden van buiten de kering aan te pakken. Zo besproeit het waterschap bij langdurige droogte de keringen om uitdroging te voorkomen. Ook houdt het waterschap initiatieven in en om de waterkeringen in de gaten en zet in op regelmatige inspecties en op het beheersen van de schade door muskusratten. (zie foto)

Randstad beschermen
De dijken langs de Nederrijn en de Lek (zie foto) beschermen een groot deel van de Randstad. Deze dijk verlaagt het risico op overstromingen voor grofweg het gebied ten westen van de Utrechtse Heuvelrug, tussen de Noordzee, de Lek en het Noordzeekanaal. In de laatste “APK-beurt”, de derde landelijke toetsronde, zijn deze dijken op enkele onderdelen na goedgekeurd.

De primaire dijken, die verder van de Nederrijn en Lek af liggen, de zogenaamde ‘C-waterkeringen’, zijn echter afgekeurd. De gevolgen bij een eventuele overstroming zijn hier onacceptabel groot. Daarom werkt De Stichtse Rijnlanden samen aan het project ‘Dijkversterking Centraal Holland’, waarbij juist de 'A-waterkeringen' langs de Nederrijn en Lek worden aangepakt.

Nieuwe en hogere veiligheidsnormen
De Randstad is erg belangrijk voor Nederland. Er wonen en werken veel mensen en er lopen belangrijke snelwegen en spoorwegen doorheen. De huidige veiligheidsnormen stammen uit de jaren ’60. Het Rijk heeft daarom nieuwe normen bepaald, die rekening houden met de nieuwste veiligheidsinzichten. ‘Centraal Holland’ krijgt hogere veiligheidsnormen, die passen bij de economische activiteit en het aantal inwoners van het gebied.

Verkenning levert voorkeursalternatief op
De Stichtse Rijnlanden gaat snel aan de slag met het verminderen van de risico’s. Het waterschap werkt daarvoor een verkenning uit, die onderdeel is van het landelijke Hoogwater-beschermings-programma.

Met de verkenning brengt het waterschap nauwkeuriger in beeld hoe groot de veiligheidsopgave is en waar maatregelen nodig zijn. Het waterschap gaat daarbij uit van de nieuwe normen. Ook werkt het waterschap mogelijke oplossingen uit en bekijkt wat daarvan de gevolgen zijn voor de omgeving. Dit doet het waterschap met een Milieu Effect Rapportage.

In dialoog met de omgeving
De C-keringen in ‘Centraal Holland’ lopen door tot aan IJmuiden. De Stichtse Rijnlanden doet de verkenning daarom samen met Rijkswaterstaat Midden Nederland, provincie Utrecht en de hoogheemraadschappen van Rijnland, Amstel, Gooi en Vecht. Het samenwerkingsteam werkt kijkt samen met andere belanghebbers naar oplossingen.

Meekoppelkansen: meer waarde
Het waterschap is zich bewust dat er veel belangen en waarden spelen in de omgeving van de dijken. Het waterschap houdt dan ook een open en proactieve houding aan ten opzichte van meekoppelkansen. Daar waar mogelijk en passend binnen de randvoorwaarden van het project maakt het waterschap ruimte om maatschappelijke waarden te vergroten.

Ruimtelijke adaptatie

Het waterschap wil, samen met provincies en gemeenten, dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in 2020 de normaalste zaak van de wereld is. Hiervoor moet er iets veranderen in het denken en doen van alle partijen die met ruimtelijke ontwikkelingen te maken hebben. Het waterschap is hier voorzichtig mee begonnen en heeft samen met de provincie, de veiligheidsregio en een aantal gemeenten de intentie uitgesproken om werk te maken van ruimtelijke adaptatie.

Weten, willen, werken

http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl

1. ‘weten’: analyse van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid van gebied en functies;
2. ‘willen’: vertalen van de bedreigingen en kansen uit de analyse in een gedragen ambitie en strategie voor waterrobuust en klimaatbestendig handelen;
3. ‘werken’: omzetten naar actie in het eigen beleid, ruimtelijke plannen, verordeningen, business cases, uitvoering, beheer en ‘groot’ onderhoud.

Aangepast bouwen kan gevolgen overstroming beperken

Het waterschap geeft inzicht in de risico’s op overstromingen en wateroverlast, en denkt mee over de inrichting van het gebied. Zorgvuldig nadenken over locatiekeuze en inrichtingsvraagstukken kan slachtoffers en schade bij eventuele overstromingen beperken. Overstromingsrisico's gaan daarom een sterkere rol spelen bij afwegingen in de ruimtelijke planning. Deze afwegingen worden gemaakt door provincie en gemeente, eventueel op initiatief van derden.

Ook voor wateroverlast

Naast het risico op overstromingen vanuit rivieren moet er ook rekening gehouden worden met wateroverlast veroorzaakt door hevige neerslag. Samen met gemeenten brengt het waterschap in een klimaat-stresstest de komende jaren al deze risico’s in beeld. De stresstest geeft ook zicht op concrete handelingsperspectieven. Het waterschap kan hiermee advies geven op de wijze waarop aangepast wordt gebouwd.

Zelf het goede voorbeeld geven

De Stichtse Rijnlanden begint bij zichzelf. Het waterschap zal bij al haar toekomstige investeringen een klimaatstresstest doen om de risico’s op overstroming en wateroverlast in beeld te krijgen. De uitkomsten leiden na deze afweging tot waterrobuuste en klimaatbestendige objecten.

Dreiging van een calamiteit

Het waterschap werkt aan sterke, veilige dijken om inwoners en investeringen te beschermen tegen wassend water. Maar de kans op dreiging of een daadwerkelijke calamiteit, verdwijnt nooit helemaal. Dat geldt niet alleen voor dreiging door overstroming van de rivieren. Een vaker voorkomende dreiging komt door wateroverlast, problemen met waterkwaliteit (bijvoorbeeld door een ongeval), of droogte.

Calamiteitenorganisatie paraat

Voorbereiding op zo een gebeurtenis is essentieel. Er moet zoveel mogelijk worden voorkomen, dat er slachtoffers vallen en schade optreedt. Daarom beschikt De Stichtse Rijnlanden over een calamiteitenorganisatie inclusief een dijkleger (zie foto), die bij een (dreigende) calamiteit of ramp snel en effectief kan optreden.

Nut en noodzaak van samenwerking zijn bij crisisbeheersing zeer groot, aangezien het water niet bij de grens van het waterschap, de provincie of de veiligheidsregio stopt. In crisisbeheersing trekt het waterschap daarom op met collega-waterschappen en met onze andere partners, zoals de veiligheidsregio. 

Bewustzijn creëren

Het waterschap gaat het publiek actief voorlichten over overstromingsrisico’s. De inwoners van het gebied zijn zich niet altijd bewust van de risico’s van het wonen en werken in laag-Nederland. Inwoners en bedrijven hebben zelf ook een rol bij een (dreigende) ramp. Het begint bij bewustzijn en weten wat je kunt doen in een dergelijke situatie: het is slim goed voorbereid te zijn. Het waterschap bouwt hierbij samen met gemeenten en veiligheidsregio door op landelijke initiatieven als:

www.risicokaart.nl 
www.onswater.nl 

Draai u tablet een kwart slag Sorry, no mobile version yet